De Barbet & de gezondheid

Wanneer je met een Barbet wilt fokken, moet je je als fokker houden aan de Nederlandse wet én de door de rasvereniging (De Barbetclub) gestelde voorwaarden die zijn vastgelegd in het fokreglement.

De Nederlandse wet
De Nederlandse wet stelt dat je niet mag fokken met een zieke hond of een combinatie van ouderdieren waarbij een risico bestaat op niet gezonde nazaten.

Het fokreglement
Hieronder een kort overzicht van de belangrijkste voorwaarden uit het fokreglement (versie April 2023), zoals opgesteld door de Barbetclub.

Rasstandaard:
– Teef: 53-57 cm (+/- 1 cm)
– Reu: 57-62 cm (+/- 1 cm)

Inzet Barbet voor de fok:
– Teef: dekking vanaf 24 maanden oud met een wachttijd van 12 maanden (gerekend vanaf de geboorte). Het teefje moet haar eerste dekking hebben voor het bereiken van de leeftijd van 5 jaar en mag niet meer worden gedekt na het bereiken van de leeftijd van 8 jaar oud.
– Reu: dekking mag vanaf 18 maanden oud, maar het advies is te wachten tot de reu 24 maanden oud is. De reu mag 4 keer een geslaagde dekking in Nederland hebben en 8 keer een geslaagde dekking in het buitenland. Na de eerste dekking door een reu is het dringende advies een wachttijd van 12 maanden in acht te nemen.

Gezondheidsonderzoeken

Heupdysplasie
Heupdysplasie (HD) is een ontwikkelingsstoornis aan de heupen waarbij slijtage aan de heupgewrichten optreedt en voor veel pijn zorgt bij de hond. Het heeft een erfelijke aanleg en komt zowel bij jonge als bij oudere honden voor. Vaak is het heupgewricht in het eerste levensjaar van de hond niet goed ontwikkeld. Essentieel voor de vorming van goede heupen is de juiste gepaste beweging en juiste voeding gedurende het eerste levensjaar.
Voor meer informatie over heupdysplasie, kunt u onder andere de website raadplegen van de Raad van Beheer of bijvoorbeeld dierenkliniek Anicura.

Om te voorkomen dat er heupdysplasie in het ras wordt gefokt, moeten alle fokdieren HD-röntgenfoto’s laten maken. De beste heupen zijn HD A/A. Wanneer een ouderhond geen HD-A heeft, stelt de rasvereniging extra eisen aan de combinatie van de ouderdieren.

ECVO
Het ECVO-oogonderzoek is een klinisch onderzoek dat uitsluitend wordt uitgevoerd door gecertificeerde dierenartsen. Een eenmaal vastgestelde uitslag, is definitief. Uitsluitend een Barbet die vrij is van oogaandoeningen, mag worden ingezet voor de fok. Van alle oogaandoeningen die klinisch kunnen worden getest, zijn voor zover bij de Barbet de bekendste:

  • PRCD-PRA: een netvliesaandoening welke progressief verloopt en zorgt voor blindheid.
  • Cataract (staar): een aandoening waarbij sprake is van vertroebeling van de ooglens waardoor het zicht vermindert, variërend van wazig zien tot blindheid.
  • Distichiasis: een aandoening waarbij extra abnormale wimpers groeien op de ooglidrand, welke soms hard en irriterend zijn voor het hoornvlies wat in het ergste geval kan leiden tot blijvende ontstekingen.

DNA-testen (zoals Embark of Laboklin)
Aanvullend ben je als fokker verplicht DNA af te laten nemen van je Barbet om 2 uit te sluiten dat je Barbet genetisch lijder is van een erfelijke aandoening. De Barbet mag geen lijder zijn van de volgende genetische aandoeningen:

  • PRCD-PRA (zie uitleg hiervoor). PRA is een heterogene groep van aandoeningen in de hond, gekenmerkt door nachtblindheid evoluerend tot volledige blindheid. PRA heeft een autosomale recessieve vererving. Is een hond drager, dan kan de hond het gen doorgeven aan een nazaat. Een hond wordt alleen lijder van PRA als het zowel het gen van vader én moeder heeft geërfd. Daarom is een DNA-test van belang.
    Een vorm van PRA, is cord1-PRA.
  • vWD type 1: een erfelijke bloedstollingsstoornis waarbij er een tekort is aan Von Willebrand factor waardoor het bloed minder goed stolt en honden langer kunnen nabloeden bij verwondingen, operaties of spontane bloedingen (zoas een bloedneus).

Daarnaast is de laatste jaren ook het gen CDDY en IVDD risk geconstateerd bij een klein aantal Barbets. In overleg met de rasvereniging, De Barbetclub, is besproken dat er met een Barbet mag worden gefokt als de proporties kloppen en de hond geen klachten heeft. Hieronder kort de toelichting.

CDDY en IVDD risk: chondrodystrofie en intervabel disk disease is een aandoening waarbij sprake is van korte poten (ook wel dwerggroei genoemd; denk aan een teckel). Vaak gaat dit gepaard met de ziekte van de tussenwervelschijf. Of en in hoeverre een dergelijke aandoening tot uiting komt, is mede afhankelijk van hoe een hond opgroeit. Verantwoord bewegen (m.n. ook in de puppytijd!) en een goede voeding is voor twee derde van invloed op het tot uiting komen van deze aandoening (mits aanleg). In de wetenschap is nog onduidelijk waarom de ene hond wel last krijgt en de andere niet. Een dier dat drager is, heeft een vergrote kans symptomen te ontwikkelen van deze aandoening (het gevolg van een autosomale dominante vererving).
Een belangrijke aanwijzing is dus de lengte van de poten en de hoogte van de elleboog. Zoals hiervoor aangegeven is in overleg met de Barbetclub besproken dat wanneer de elleboog tegen de buik aan zit en niet halverwege de poot en de hond geen klachten heeft, er met de hond mag worden gefokt.

Met DNA testen is het mogelijk om alle aandoeningen eruit te fokken. Hiervoor is nog wel een lange weg te gaan omdat van veel genen bij de Barbet nog niet bekend is wat ze doen, denk bijvoorbeeld aan het gen dat epilepsie veroorzaakt welke nog maar bij een handjevol hondenrassen is vastgesteld hoe dit wordt vererfd…
Uiteindelijk zorgen DNA profielen van alle hondenrassen ervoor dat meer inzicht wordt verkregen in de wijze vererving van genen.